10 mins leestijd
Business Process Management

BPM Diagram

Business Process Management (BPM) beschrijft processen aan de hand van BPM-diagrammen met een reeks grafische elementen. Een dergelijke visuele presentatie maakt het voor gebruikers gemakkelijk om de logica van een proces te begrijpen. BPM is vooral ontwikkeld om eenvoudige en complexe diagrammen van bedrijfsprocessen te ontwerpen en te lezen.

Daartoe deelt de BPM-norm de grafische elementen in categorieën in: dit maakt de elementen gemakkelijk te herkennen door gebruikers die met BPM-diagrammen werken.

Wat is BPM?

Processen vormen het hart van een organisatie en beïnvloeden de kwaliteit van producten en diensten. Dat maakt het belangrijk om bedrijfsprocessen goed vast te leggen waarbij de organisatie inzicht heeft in de resultaten. Het werkt efficiënt en effectief om informatie centraal op te slaan waarbij allerlei bronnen informatie met elkaar kunnen uitwisselen. Met de interactie en convergentie van bronnen voorkomt een organisatie dat gegevens rondzweven. Centralisatie verbindt verschillende bestandstypen binnen de organisatie met de juiste procesinformatie.

BPM Diagram objecten

Pool en Banen

  • Een BPM proces bestaat uit een zwembad met 1 of meer zwembanen die alle betrokken actoren in het proces vertegenwoordigen
  • Het proces en de betrokken actoren zijn voorgedefinieerd in het ArchiMate model

BPM-diagram Actoren

  • Elke actor heeft zijn eigen speelveld en komt overeen met een specifieke persoon of organisatorische entiteit

BPM-diagram Gebeurtenissen

  • Een gebeurtenis doet zich voor zonder dat iemand een specifieke taak uitvoert

Uitleg

Begin van een proces

Einde van een proces

Inkomend event (vangen van event)
voorbeelden: ontvangst van een bericht, trigger in een toepassing

reactie: taken vereist in het proces

Uitgaande gebeurtenis (werpgebeurtenis)
voorbeelden: verzenden van een bericht, doorvoeren van een statusverandering in een toepassing
reactie: taak (taken) vereist buiten het proces

Een timer event vertegenwoordigt ofwel een cyclische timer of een tijdsperiode voordat volgende taken worden uitgevoerd
voorbeelden: ‘elke maand’, ‘na 5 dagen’

Een tussentijdse voorwaardelijke gebeurtenis is als een wachten tot de voorwaarde is vervuld.

Een Intermediate Throwing Signal Event vuurt een signaal af dat wordt opgevangen door de twee Start Signal Events.

De tussentijdse Signal Catching Event is een event dat wacht tot het bijbehorende Signaal geworpen wordt.

Gateways

Een BPM Diagram gateway is een logische poort, een punt waar processtromen splitsen of samenkomen.

Exclusieve gateway
In geval van divergente processtromen wordt precies één uitgaande processtroom geactiveerd. In het geval van convergente processtromen wordt de uitgaande processtroom geactiveerd als een van de binnenkomende stromen bij de gateway aankomt. Divergente stromen gaan meestal vergezeld van een vraag met wederzijds uitsluitende antwoorden.

Inclusieve gateway
In het geval van divergente processtromen worden een of meer uitgaande processtromen geactiveerd. In het geval van convergente processtromen moeten alle inkomende geactiveerde stromen zijn afgerond voordat de uitgaande stroom wordt geactiveerd.

Parallelle gateway
In het geval van divergerende processtromen worden alle uitgaande stromen geactiveerd. In het geval van convergente processtromen moeten alle binnenkomende stromen zijn afgehandeld voordat de uitgaande stroom wordt geactiveerd.

Event-gebaseerde gateway
Deze gateway wordt altijd gevolgd door het vangen van gebeurtenissen of het vangen van taken. Afhankelijk van welke gebeurtenis zich voordoet, wordt een processtroom geactiveerd.

Complexe gateway
Deze poorten worden alleen gebruikt voor de meest complexe stromen in een bedrijfsproces. Een ideale situatie voor de complexe poort is wanneer u meerdere poorten nodig heeft om de bedrijfsstroom te beschrijven.

Tasks

Een taak is een enkele activiteit of een reeks activiteiten die voor een logische samenstelling.

Task
Een taak is een scheidbare activiteit. Aan taken kunnen applicaties en processen worden gekoppeld. Alleen applicaties en processen die in het ArchiMate model bestaan kunnen worden gebruikt.

Manual task
Een manuele taak wordt uitgevoerd zonder het gebruik van software.

User task
Een user task wordt uitgevoerd door een actor die een toepassing gebruikt. De toepassing die in de taak wordt gebruikt, moet gekoppeld zijn.

Service task
Een Service task is een activiteit die automatisch wordt uitgevoerd door een applicatie of webservice zonder dat er een gebruiker aan te pas komt. Een applicatie of webservice moet aangesloten zijn en wordt beschikbaar gesteld vanuit ArchiMate.

Business Rule Task
Een Business Rule Task verschaft een mechanisme voor een proces om input te verschaffen aan een Business Rules Engine en vervolgens de output te verkrijgen die door de Business Rules Engine wordt verschaft.

Script Task
Een Script Task wordt uitgevoerd door een business process engine. De taak definieert een script dat de engine kan interpreteren. Wanneer de taak begint, zal de engine het script uitvoeren. De taak is voltooid wanneer het script is voltooid.

Send Task
Een Send Task is een taak die een Bericht naar een andere baan of pool stuurt. De taak is voltooid zodra het bericht is verzonden.

Recieve Task
Een Receive Task geeft aan dat het proces moet wachten op een bericht om verder te kunnen gaan. De Taak is voltooid zodra het bericht is ontvangen.

Call Activity
Een call activity identificeert een punt in het proces waar een globaal proces of een Globale taak wordt (her)gebruikt. Dit proces moet bekend zijn in ArchiMate. De naam van het (her)gebruikte proces of de Globale taak wordt als tekst getoond.

Transaction
Een subproces is een activiteit waarvan de interne details zijn gemodelleerd in een afzonderlijk model. Een subproces wordt alleen gebruikt in zijn moederproces.

Event Sub process
Een Event sub process is een activiteit waarvan de interne details zijn gemodelleerd in een afzonderlijk model. Een subproces wordt alleen gebruikt in zijn moederproces.

Sub process
Een sub process is een activiteit waarvan de interne details zijn gemodelleerd in een afzonderlijk model. Een subproces wordt alleen gebruikt in zijn moederproces.

Data

In BPM diagram worden data-objecten en data stores gebruikt/gemanipuleerd door taken.

Data object
Een data-object vertegenwoordigt informatie die door het proces stroomt, zoals bedrijfsdocumenten, e-mails, brieven. Een data-object wordt vanuit ArchiMate beschikbaar gesteld (het zogenaamde “business object”)

Data store
Een data store is een plaats waar het proces gegevens kan lezen of schrijven, b.v. een database of een vulkast. Het blijft bestaan na de levensduur van de procesinstantie. Een data store wordt beschikbaar gemaakt vanuit ArchiMate (een “data object” genoemd)

Markers subprocesses 

  • BPMN specificeert vier markers voor een subproces.

Looping
De “looping”-markering geeft aan dat het subproces zichzelf na elkaar herhaalt.

Parallel Multi-instance
De Parallel multi-instance markering geeft aan dat de multi-instance activiteit niet opeenvolgend is.  Dit betekent dat de activiteit kan worden voltooid voor elk item in de verzameling in geen bepaalde volgorde.

Compensation
De Compensation markering geeft aan dat het sub-proces gelijktijdig met andere identieke sub-processen kan draaien.

Sequential Multi-instance
De Sequential multi-instance markering geeft aan dat de multi-instance activiteit sequentieel is.  Dit betekent dat de activiteit voor elk item moet worden voltooid in de volgorde waarin ze binnen de collectie worden ontvangen.

Ad-hoc
De ad hoc marker vertegenwoordigt een verzameling taken die uitsluitend bestaan voor de behandeling van een specifiek geval.

Replay webinar

Want to know why you should incorporate your Business Process Management into Enterprise Architecture?

Learn BPMN

Find out how you can start creating BPMN views within BlueDolphin.